Saunaatje rood

Het woord spa is al eerder ter sprake geweest in de Taaleidoscoop. Het is misschien wel het bekendste Nederlandse voorbeeld van het generiek gebruik van een merknaam. Dat betekent dat de merknaam Spa (met een hoofdletter) gaandeweg anders gebruikt is gaan worden: niet om één merk aan te duiden, maar alle producten in de categorie. Vandaar dat niemand nu raar opkijkt als ze in een café een “spa rood” bestellen en mineraalwater van Sourcy krijgen.

Spa rood?
Spa rood?

Er zijn allerlei voorbeelden van zulk generiek merknaamgebruik, van trampoline tot plexiglas, van linoleum tot frisbee. In veel gevallen weten de meeste mensen niet eens meer dat het woord in kwestie ooit een merknaam was.

Maar met het woord spa is nog iets anders aan de hand. Steeds vaker kom ik het tegen in een heel andere betekenis, die niets met mineraalwater te maken heeft. Nou ja, toch ook weer wel. Maar dan anders. Sorry, dit wordt verwarrend; ik doe even een stapje terug.

Lees verder Saunaatje rood

Sin sing

Het Engelse woord synchronous is eigenlijk een juweeltje. Het is opgebouwd uit de Griekse ingrediënten syn-, dat “samen” betekent, en khronos, dat “tijd” betekent. Dingen die synchroon zijn, zijn dus “samentijdig”. Sinds de negentiende eeuw kent het Engels ook de het werkwoord to synchronize, in de zin van “synchroon maken”.

De reden dat ik hier de Engelse termen aanhaal en niet het Nederlandse synchroniseren, is dat ik wil uitkomen op de afgekorte versie van to synchronize die nu volop in gebruik is. Ik bedoel: to synch. Of zelfs, nog korter: to sync.

Maar eerst even dit. Tot voor de intrede van de digitale levensstijl kon je hoogstens je horloge synchroniseren met dat van een ander, of met een klok. Het ging in ieder geval altijd om het op elkaar afstemmen van apparaten die tijd maten. En dat klopt mooi met de betekenis van “samentijdig maken”.

Deze klokken zijn "in sync"... kan jij de film raden?
Deze klokken zijn “in sync”… kan jij de film raden?

Dat is echter helemaal veranderd nu de verspreiding van informatie meer en meer plaatsvindt in bits en bytes. We hebben computers, laptops, webmail, mobieltjes, organizers, iPods en allerlei andere apparaten waarop gegevens staan die we gelijk willen houden. Telefoonnummers, adressen, afspraken, foto’s, muziek, ga zo maar door. Via USB, Bluetooth en WiFi zorgen we ervoor dat al die data op al die apparaten netjes in de pas blijft lopen.

Lees verder Sin sing

Weer

Ik maak me geen illusies, hoor. Ik weet best dat er hele volksstammen zijn die nog met overgave geloven in de meest idiote vormen van bijgeloof en kwakzalverij. Maar toch. Het “klassieke” tijdperk van de profeten en waarzeggers is, meer dan vierhonderd jaar na de wetenschappelijke revolutie, echt ten einde.

En dat is maar goed ook. Want als je wilt weten hoe het de wereld zal vergaan, of wat de juiste keuze is in een lastige situatie, dan zijn theebladeren, de ingewanden van dieren en kristallen bollen nou niet meteen de beste plaatsen om antwoorden te zoeken.

"Ik zie iemand met een L... of een M. Een j misschien?"
“Ik zie iemand met een L… of een M. Een J misschien?”

Het is bovendien maar goed ook voor de wichelaars zelf, want die werden er nog al eens op aangesproken als hun voorspellingen niet uitkwamen. En zelfs een charlatan wil geen ontevreden klanten hebben.

Lees verder Weer

Pijlen

Er zijn van die woorden die aan elkaar verwant zijn zonder dat je het weet. Woorden die elkaar vinden in een verhaal. Woorden als hedonisme en psychologie.

Het begint zo. Hedonisme is een drang tot, zoals Van Dale het zegt, “de bevrediging van zinnelijke verlangens”. En psychologie is de studie van de zielenroerselen van de mens. Je kunt de twee natuurlijk verbinden door je zoiets voor te stellen als een psychologisch onderzoek naar het hedonisme, maar kom op. Dat moet beter kunnen. En dat kan het ook.

Ga even met me mee naar de klassieke oudheid. Daar komen we een legende tegen die bekend is onder verschillende namen: het Verhaal van Eros en Psyche, of van Amor en Psyche, of van Cupido en Psyche. Ik houd het maar op die laatste; Cupido is de Romeinse tegenhanger van de Griekse Eros.

Lees verder Pijlen

Antiaanbakcontinent

Als je mensen vraagt om de continenten van de aarde op te noemen, is er een dat vaak vergeten wordt: de Zuidpool. Of, correcter: Antarctica. En als je mensen vraagt om Antarctica te spellen, is er vaak ook een letter die vergeten wordt: die eerste c. Dat is ook niet zo gek, want iedereen spreekt het uit als Ant-ar-tie-ka. Dus wat doe die c daar eigenlijk?

Antarctica
Antarctica

Om dat te snappen, moet je eerst even terug naar de eerste drie letters van Antarctica: Ant-. Die vervullen hier hetzelfde rol als in antecedent, antagonist en antiaanbaklaag. Het voorvoegsel ant- (of anti-) betekent: tegen, of tegenovergesteld aan.

Maar dan ben je er nog niet, waar waarvan is Antarctica dan het tegenovergestelde? Gelukkig ligt het antwoord daarop nogal voor de hand. De Zuidpool is de tegenhanger van de Noordpool. En inderdaad, Arctica is een naam voor het noordpoolgebied. In het Nederlands hoor je hem niet vaak, maar in het Engels ben je vast wel eens the Arctic tegengekomen, wat hetzelfde betekent.

Lees verder Antiaanbakcontinent

Beetje raar

Het is een beetje raar, maar er is een hbo-opleiding Oriëntaalse Talen en Communicatie. Je kunt cursussen volgen in oriëntaals buikdansen. In menige keuken worden oriëntaalse recepten bereid. En, zoals gezegd, dat is een beetje raar.

Want wat doet die s daar? Die s aan het eind van oriëntaals, die daar als een soort slungelende hangjongere niets loopt te doen. Ik bedoel: kijk nou naar het woord oriëntaal. Dat betekent precies hetzelfde, maar dan zonder die s.

Gebroederlijk bij elkaar
Gebroederlijk bij elkaar

Iets wat oriëntaal is, heeft te maken met de Oriënt, het Oosten. Of, met een paar meer dichterlijke woorden: het Ochtendland, de Levant. Daar waar de zon opkomt. De minder bekende evenknie daarvan is occidentaal: dat zijn dingen die te maken hebben met de Occident, het Westen – het Avondland, waar de zon ondergaat.

Lees verder Beetje raar

Grijs

In mijn nieuwe woonplaats, Amstelveen, werd ik uitgenodigd voor een officiële bijeenkomst voor nieuwe bewoners. Daarbij waren aanwezig: de burgemeester, de meeste wethouders, een handvol functionarissen en vele tientallen nieuwbakken stadsgenoten.

Deze bijeenkomt bleek onverwacht een klein taalfeest te zijn. Twee dingen zijn me in het bijzonder bijgebleven.

Het eerste was hoe robuust en krachtig én flexibel en plooibaar taal is. In Nederland zijn we zo sterk geneigd om te denken, en te oordelen, alsof er maar één juiste manier is om onze taal te bezigen. Er is één correcte spelling voor een term, één juiste vervoeging voor een werkwoord – er is maar één Nederlands.

Begrijp me niet verkeerd, ik snap terdege dat het voordelen heeft om een standaardtaal te hebben. En ik bepleit beslist niet dat ineens zomaar alles mag en kan. Maar je moet wel met beide benen in de echte wereld staan, en in die wereld zijn er meerdere Nederlandsen. Uit al die Nederlandsen is een amalgaam gesmeed dat we beschouwen als het algemeen aanvaarde, “foutloze” Nederlands. Maar dat is een keuze. En een momentopname.

Lees verder Grijs

Aaibaar

Het is wonderlijk hoe snel dingen op hun kop kunnen komen te staan. Vorige week zag ik in de krant een kop bij een artikel over de verjaardag van de draagbare cassettespeler: “Walkman (oer-iPod) bestaat dertig jaar”. Maar hoe lang is het geleden dat de iPod werd uitgelegd met termen als “de walkman van de 21ste eeuw”? Nog geen acht jaar.

Ah, de goeie oude tijd...
Ah, de goeie oude tijd…

In minder dan een decennium is ons begrip van kleine muziekspelers kennelijk gegaan van een iPod is een walkman, maar dan anders naar een walkman is een iPod, maar dan anders. In het eerste geval betekent “anders”: beter, geavanceerder. In het tweede geval betekent het: verouderd,  achterhaald.

Ik vind dit interessant, omdat het weerspiegelt hoe wij mensen in wezen luie, egocentrische wezens zijn.

Lees verder Aaibaar