Oma

Een paar weken geleden keek de Taaleidoscoop al naar achternamen, en dus kon dit stukje niet uitblijven… Hoe zit het met onze voornamen?

Je naam is een wonderlijk ding. Het zijn maar een paar klanken op een rij – maar wat zijn dat belangrijke klanken! Je vat ermee samen wie je bent. En dat is niet niks. Je kunt ook zeggen, “Ik ben Nederlander” of  “Ik ben kleurenblind”. Maar daarmee geef je alleen maar aan dat je hoort bij een bepaalde (deel)groep. Als je zegt, “Ik ben Daan”, dan is daarmee alles gezegd. Er is geen groep van Daanen, zelfs al hebben anderen dezelfde voornaam als jij. Daan, dat ben jij.

Het merkwaardige is dat je je eigen naam, hoe persoonlijk die ook is, niet zelf uitkiest. Dat doen je vader en moeder voor je. Het is dan ook niet verwonderlijk dat mensen soms later, vaak in hun tienerjaren, een andere roepnaam kiezen. Maar bij je geboorte zegt je naam meer over je ouders dan over jou zelf.

Lees verder Oma

Feestje

Het getal 100 dringt zich vrij moeiteloos op als een bijzonder cijfer. Er zijn wel meer getallen met sexappeal natuurlijk – zoals 7 (de zeven wereldwonderen, de zeven hoofdzonden) of 12 (de twaalf apostelen, twaalf uren op een wijzerplaat) of 42 (het antwoord op de ultieme vraag over het leven, het universum, en alles – tenminste, volgens The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy).

Maar 100 heeft iets. Iets speciaals. We vinden het bijzonder als iemand honderd jaar oud wordt. (Terwijl negenennegentig toch ook heel hele prestatie is!) We stellen lijsten op van de Top 100 van van alles en nog wat. Tel de eerste negen priemgetallen bij elkaar op en je krijgt, jawel, honderd. Een eeuw duurt honderd jaar. 100% is compleet. Water kookt bij honderd graden Celius. En ga zo maar door…

Iene miene mutte...
Iene miene mutte…

Misschien heeft het iets te maken met onze anatomie. Wij mensen hebben namelijk tien vingers. (Tenzij je geboren bent met polydactylie, natuurlijk.) En dus ligt het voor de hand – letterlijk! – om tientallig te tellen. Doe tien keer tien en voilà, je hebt honderd.

Onze vrienden de oude Romeinen hadden natuurlijk ook een woord voor honderd, en dat was centum. Dat zie je nog steeds terug in alle moderne Europese talen. Denk dan, in het Nederlands, aan woorden als cent (er gaan er honderd van in één euro), procent (een honderdste deel van iets), centimeter (hak een meter in honderd stukjes) en centennium (chic woord voor eeuw, denk aan het Engelse century).

Lees verder Feestje

Rare jongens, die Grieken

Oh Goscinny, oh Uderzo! Wat hebben jullie ons aangedaan?

Natuurlijk, jullie hebben ons verblijd met een lange reeks stripverhalen die de avonturen vertellen van ons aller favoriete Gallische dorpje ten tijde van de Romeinse bezetting. Het begon in 1959 met Astérix le Gaulois, het ging na het overlijden van René Goscinny (in 1977) onverminderd door, en het zal ook na de dood van Albert Uderzo niet stoppen. Tja, dat krijg je hè, als je een toverdrank hebt die je onoverwinnelijk maakt.

Maar bij Toutatis, lieve René en Albert, wat hebben jullie ons aangedaan? Door jullie fenomenale succes is de hemel gevallen op het hoofd van een onschuldig, bescheiden leestekentje…

Lees verder Rare jongens, die Grieken

Zoon van Pieter

Jij en ik hebben een voornaam en een achternaam en dat vinden we de normaalste zaak van de wereld. Toch is dat niet altijd zo geweest. Nou ja, wel voor jou en mij, maar niet voor de overgrootouders van onze overgrootouders.

Napoleon in zijn werkkamer (Jaques-Louis David, 1812)

Je kent misschien wel het verhaal dat het allemaal de schuld is van Napoleon. We hadden hier in Nederland, zo gaat deze versie, allemaal geen achternaam tot die oude Nappie hier huis kwam houden en ons verplichtte om er een te kiezen. Helemaal bezijden de waarheid is dit niet, maar het ligt wel iets genuanceerder.

Aan het begin van de negentiende eeuw – want daar hebben we het over – hadden de meeste inwoners van wat we nu Nederland noemen wel degelijk een achternaam. Dat was soms een familienaam, maar soms ook een patroniem. Daarbij wordt je achternaam gevormd uit de naam van je vader. Als je vader Pieter heet en jij Bert, dan ben jij dus Bert Pietersz (kort voor Pieterszoon).

Lees verder Zoon van Pieter

Zoals het sokje thuis tikt

Er is iets aan de hand met het woord huis. Het heeft nog steeds zijn vertrouwde, meer dan duizend jaar oude betekenis van “bouwsel waar mensen in wonen”, maar er is nu iets nieuws. Aan de boom die huis is begint namelijk een nieuwe loot te groeien, in de vorm van huis-, een voorvoegsel.

Deze huissokken waren te koop bij Blokker
Deze huissokken waren te koop bij Blokker…

Ik heb het, zoals je straks zult zien, over woorden als huissok, huisbroek en huispak. Die kom ik steeds vaker tegen. Maar voor de goede orde eerst even dit.

Het zelfstandig naamwoord huis staat al veel langer aan het begin van langere, samengestelde woorden. Dat is dus niet nieuw. Denk aan huisdier, huisvuil en huismeester. Hier heeft huis nog steeds de betekenis van dat bouwsel, waarbij de toevoeging het karakter heeft van “in, van of horende bij” het huis.

Lees verder Zoals het sokje thuis tikt

Het nieuwe zwart

Vorige week heb je al gezien wie de Goten waren, en je las ook dat hun beschaving al meer dan een millennium geen rol van betekenis meer speelt. Maar je las ook dat ik volgens mijn zoon een “gothic” jas heb. Dat roept de vraag op: hoe hebben de Goten hun culturele uitsterven kennelijk toch overleefd?

Het antwoord is: spot.

Want de term gotisch duikt, na het verdwijnen van de Goten, voor het eerst weer op in de kunst. Toen Europa in de Renaissance een blije herontdekking meemaakte van de klassieke oudheid, vonden veel denkers dat de tussenliggende periode – de “Middel-eeuwen”, waarin het christendom de belangrijkste maatschappelijke factor was – een tijd van intellectuele duisternis was geweest.

Giorgio Vasari, "Zelfportret" (c1567)
Giorgio Vasari, “Zelfportret” (c1567)

De Italiaanse architect en kunstschilder Giorgio Vasari (1511-1574) was waarschijnlijk de eerste die verwees naar de architectuur van de voorgaande eeuwen als “gotisch”. Hij bedoelde dat als belediging: gotisch is “van de Goten”, barbaars. (In die zin lijkt het ontstaan van deze term op dat van het woord vandalisme, waar de Taaleidoscoop al eerder naar keek.) Gotisch is trouwens niet de enige kunstterm die begon als belediging en later gemeengoed werd; denk bijvoorbeeld aan impressionisme.

Lees verder Het nieuwe zwart

Jas

Het kan raar lopen. Ik heb net een nieuwe, donkerbruine jas gekocht, en er nooit bij stilgestaan dat die me tot in Zuid-Zweden zou brengen. Maar toch is dat gebeurd. Want toen mijn jongste spruit (7 jaar) deze aanwinst zag, zei hij, oplettend als hij is: “Hé, je hebt een nieuwe jas!” Ik beaamde dat, complimen­teerde hem met zijn opmerkzaamheid, en vroeg wat hij ervan vond. Waarop hij zonder aarzelen antwoordde: “Ja, leuk. Maar ik vind hem wel een beetje gothic.”

Niet mijn jas
Niet mijn jas

Mijn blijdschap over mijn nieuwe jack maakt onmiddellijk plaats voor een nog veel grotere vreugde. Gothic! Bij Odin en Thor, waar kwam dat ineens vandaan?

Als taalminnende vader ben ik altijd opgetogen als mijn kinderen een nieuw woord gebruiken. Soms zijn dat huis-, tuin- en keukenwoorden, en soms (scheld)woorden waarvan je de gebruiksregels nog een beetje voor ze moet nuanceren. Maar vaak zijn het ook onverwachte juweeltjes als gothic.

Lees verder Jas

Onderontwikkeld

Al weken – nee, al maanden rijd ik ’s ochtends op de fiets, op weg naar school met de kinderen, langs een pand. En steeds denk ik: hier moet ik eens iets over schrijven. Maar ja, luie donder die ik ben, ik kwam er steeds maar niet aan toe. Tot nu dan. Dit is dat pand.

Onderontwikkeld?
Onderontwikkeld?

Ik weet niet precies wat er in dit gebouw gehuisvest is, maar volgens mij is het een distributiecentrum van TNT Post. Er staan tenminste geregeld wagentjes en mensen in postbodetenue.

Maar wat het ook mag zijn, vadertje Post is kennelijk van plan om iets nieuws en meeslepends met deze plek te doen. Er hangt immers een omvangrijke oproep met de vraag of u (en dan voel ik me maar aangesproken) deze locatie wilt ontwikkelen.

De eerste keer dat ik dit doek zag had ik mijn talige Pietje Precies-pet op, en ik dacht: potverdriedubbeltjes! Maakt onze vriend TNT daar zomaar twee taalfouten – en dat in een zin met maar vier woorden! Dat is 50% misgeschoten, daar maak je geen goede sier mee…

Lees verder Onderontwikkeld