TVDW: Monoftong

De taalterm van deze week, monoftong, houdt het liever simpel. Waarom zou je steeds maar doorgaan als je ook in één keer klaar kunt zijn? Kort maar krachtig, is zijn devies.

Definitie

Een monoftong is een eenklank, een enkele klinker.

Sommige klinkers, zoals de ei in klein, bestaan eigenlijk uit twee klanken. In dit geval: èh-ie. Dat zijn diftongen. Bij een monoftong is er maar één klank.

Voorbeelden

  • Hij stapt op zijn fiets.
  • De knecht van de knappe kapper.
  • Nog één keer!

Etymologie

Deze taalterm is nieuw gevormd op basis van het Griekse diphthongos (tweeklank), maar met een ander voorvoegsel:

  • mono (één) + phthongos (geluid, stem)

Weetje

Je hebt het hierboven al gezien, maar voor de goede orde: let op! Als je in monoftong het Nederlandse woord tong in meent te herkennen, heb je het samengestelde woord verkeerd opgesplitst. Het is niet “monof + tong” maar “mono + ftong”.

In het Engels is de spelling van -ftong nog fraaier, want daar wordt de f een ph en de t een th: monophthong.

Wat vind jij?