Telbaar vs. ontelbaar

Je hebt zelfstandig naamwoorden in veel soorten en maten. Maar één fundamenteel onderscheid is tussen de woorden die je kunt tellen, en die waarbij dat niet kan. Je kunt bijvoorbeeld wel zeggen “Ik heb drie blauwe plekken” maar niet “*Ik heb drie griepen”.

Waar hebben we het over?

Zelfstandig naamwoorden duiden een zaak of object in de wereld aan. Sommige van die zaken kun je in afzonderlijke eenheden onderscheiden, maar bij andere kan dat niet. Voor elke soort is er een aparte categorie woorden.

Betekenis en gebruik

  • Een telbaar zelfstandig naamwoord duidt iets aan dat je in een aantal kunt uitdrukken. Telbare woorden hebben een meervoud.
  • Een ontelbaar zelfstandig naamwoord duidt iets aan dat je in een hoeveelheid kunt uitdrukken. Ontelbare woorden hebben geen meervoud.

Voorbeelden

  • In deze doos zitten 50 koekjes. [één koekje, twee koekjes…]
  • In deze doos zit veel snoep. [je kunt niet zeggen: één snoep, twee snoepen]
  • Wij bieden u een complete set accessoires.
  • Wij bieden u uitstekende service.

Even opletten

Er zijn woorden die zowel telbaar als ontelbaar zijn, maar dan van betekenis veranderen. Kijk maar naar het woord haar.

  • Ober, er zit een haar in mijn soep.
  • Die ober heeft zijn haar duidelijk geblondeerd.

Weetje

Als snelle check kun je ook kijken of je op een zinvolle manier het zinnetje Ik heb een… voor een woord kunt plaatsen, alsof je iets aanwijst.

Kan dat, dan is dat woord vaak telbaar (Ik heb een broodje, Ik heb een sinaasappel, Ik heb een colafles). Kan het niet, dan is het woord vaak ontelbaar (*Ik heb een melk, * Ik heb een hagelslag, * Ik heb een roomijs).

Let op! Soms worden ontelbare woorden gebruikt alsof ze wél telbaar waren, maar dan is er altijd een ander woord weggevallen:

  • Mag ik nog een [kop] koffie?
  • Ons team heeft een [soort] productiviteit waar anderen jaloers op zijn.

Wat vind jij?