Aalmoes

Ik was net met mijn kinderen naar de bioscoop geweest, en we baanden ons gedrieën een weg door de kou heen, terug naar de auto. Druk pratende over hoe leuk de film was, passeerden we een dakloze die bij de ingang van een parkeergarage stond te bedelen.

Pablo Picasso: “De oude bedelaar”

Hoe cru het ook klinkt, voor mijn volwassen ogen hoorde deze vrouw – de zoveelste bedelaar – min of meer bij het straatbeeld. Maar mijn jongste (9) dacht daar anders over. Hij hield me tegen en zei, “Papa, moeten we die mevrouw niet iets geven?”

Onmiddellijk wist ik: mijn zoon is een betere mohammedaan dan ik. Het doet er niet toe of je, zoals ik, humanist bent, een andere levensovertuiging of geloof aanhangt, of een moslim bent wiens geloof hem opdraagt altijd iets aan een behoeftige te geven. Mijn kind had gelijk. Ik had die vrouw iets moeten geven.

Ik antwoordde naar waarheid dat ik geen muntgeld bij me had. Mijn zoon zei, “Maar ik wel” en liep terug en gaf de vrouw zijn muntje van twee euro. Ze keek hem even aan en ik hoorde haar zeggen, “God bless you.” Brok in mij keel.

Lees verder Aalmoes

Dorst!

Ze beweren wel eens dan een beeld meer zegt dan duizend woorden. En op zijn tijd is dat zeker waar. Maar een woord kan ook meer zeggen dan duizend beelden. Niet voor niets zijn er zogenaamde “gevleugelde woorden” die de eeuwen trotseren en de bijbehorende beelden verre overleven.

Voorbeelden zijn er te over: Alea iacta est – A rose by any other name would smell as sweet – Ich bin ein Berliner – L’état, c’est moi – Het land van de dorst.

Nou ja… oké, die laatste is misschien nog niet helemaal doorgedrongen tot de culturele canon van onze beschaving. Maar wat mijn jongste zoon betreft kan dat niet lang meer duren.

Op weg naar een nieuw avontuur...
Op weg naar een nieuw avontuur…

De voorgeschiedenis is deze. Ik wist dat de nieuwe film van Steven Spielberg in première zou gaan, en dat die gebaseerd was op de avonturen van ieders favoriete Brusselse reporter, Kuifje. Tintinofiel als ik ben, heb ik natuurlijk samen met mijn zoons de drie boeken gelezen waar het verhaal van de film aan ontleend is: De krab met de gulden scharen, Het geheim van de Eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham.

Lees verder Dorst!

Schiet mij maar leak

De kranten staan er al weken bol van. De ene vlaag van verontwaardiging is nog niet uitgeprutteld of de volgende gênante onthulling dient zich alweer aan. Het heeft veel weg van een doktersroman of tv-soap, waarin de verhaallijn ook altijd draait om leugens en geheimen.

Niet geleakt...
Niet geleakt…

Ik heb het natuurlijk over WikiLeaks. Of, in bredere zin, de stortvloed aan voorheen vertrouwelijke informatie die nu ineens openbaar wordt gemaakt.

Dit is groot nieuws, met in theorie verstrekkende gevolgen. Nu is Taaleidoscoop niet de plaats om te speculeren over de politieke betekenis van deze lekkenlawine. Maar het is wel bij uitstek de plaats om vast te stellen dat dit hele verhaal eigenlijk draait om taal.

Want het gaat hier niet om de roof van goud, diamanten of kunstwerken. Het gaat om de roof van informatie – of eigenlijk: de roof van vertrouwelijkheid.

Ga maar na. Taal is, meer dan wat dan ook, de katalyserende innovatie geweest in onze ontwikkeling van aapmens tot homo tweeduizendelfensis. Taal, dat wonderlijke vermogen om betekenis, een verhaal te vatten in symbolen die je kunt overdragen. Van de ene persoon op de andere, van de ene plaats naar de andere, van de ene tijd op de andere.

And the rest, zoals ze dat zeggen, is history. Letterlijk, want de geschiedenis begint met het geschreven woord.

Lees verder Schiet mij maar leak

School

Sinds mijn oudste zoon dit jaar naar de middelbare school gaat, is zijn wereld steeds groter aan het worden. Met grote stappen. Het is verbluffend hoe snel de oude, veilige omgeving van de basisschool is gaan horen tot de prehistorie van zijn onderwijscarrière.

Zijn broer is ruim drie jaar jonger en lift een beetje mee op deze nieuw verworven wijsheid. Vanochtend, op weg naar school, vertelde hij me dat hij het helemaal had uitgedokterd. Zijn samenvatting gin ongeveer als volgt.

“Eerst ga je naar de crèche. Dat duurt vier jaar. Dan ga je naar school en dat duurt acht jaar. Daarna ga je naar de middelbare school, en daar zit je vijf of zes jaar op. Dan ga je naar de universiteit. Daarna ga je een paar jaar werken en dan ben je vrij.”

School...?
School…?

Je kunt natuurlijk muggenziften over details, maar ik vond dat hij de spijker behoorlijk goed op zijn kop had geslagen.

Wat ik mooi vond, was zijn gebruik van het woord school. Hij weet wel dat zijn school een “basisschool” is, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Zijn school is gewoon school. Zijn broer gaat dan wel naar een middelbare school, maar dat is eigenlijk toch iets heel anders dan “school”.

Lees verder School

Plakje integratie

Eigenlijk was ik van plan om deze week iets te schrijven over een nieuw woord dat de jongste medewerker van Club Taaleidoscoop heeft gelanceerd. Het staat al wel in de kweekvijver, maar het verhaal eromheen zal even een weekje moeten wachten.

Want gisteren was ik getuige van een klein schouwspel dat ik jullie niet wil onthouden. Een slice of life uit Nederland anno 2010.

Ik was in het ziekenhuis voor controle en zat te wachten op mijn beurt in een röntgenkamer. Aan de ene kant van mij zat een eigentijds geklede bejaarde dame met een kloeke blik in haar ogen. Aan de andere kant, twee stoelen verderop, zat een jonge vrouw, stijlvol gekleed en met hoofddoek, die wat verweesd en ontredderd voor zich uit aan het staren was.

Haar partner, een zakelijk en al even stijlvol geklede jongeman, was driftig aan de telefoon een gesprek aan het voeren in accentloos Nederlands. Het ging over vergaderingen, afspraken, overleggen, dat soort werk. Alle aandacht ging uit naar zijn mobieltje, nul aandacht naar zijn vrouw. Toen hij eindelijk ophing, legde hij wel zijn hand op haar knie en sprak hij haar zachtjes toe (Turks, Farsi?), maar zij bleef glazig en eenzaam voor zich uitstaren.

Lees verder Plakje integratie

Een paar dozijn woorden

Winkels doen hun uiterste best om etalages in te richten die er aantrekkelijk uitzien. Met een mooie etalage haal je immers klanten binnen en dat betekent omzet en dat betekent overleven. Voor de meeste detailhandelaren is een fraaie etalage een simpele darwinistische noodzaak.

Wat is het dan leuk om te ontdekken dat een winkel zich soms van zijn beste kant laat zien – niet aan de voorkant, maar juist aan de achterkant.

De aanleiding voor deze overpeinzing was een wandeling die ik maakte door de stad. Ik liep langs een gevel die de achterkant bleek te zijn van winkelgalerij. De deuren die elkaar in een geruststellend metrum opvolgden waren allemaal de achteringangen van de winkels. Hier een drogist, daar een boekhandel, en dan weer een sportzaak. Al deze ingangen waren even saai als onooglijk, met hoogstens een klein plakaatje met de naam van de firma ernaast. Beslist geen etalages dus.

Lees verder Een paar dozijn woorden

Hallo!

Deze week stond ik er weer even bij stil, met vriendelijke dank aan twee anonieme jongedames. Wat doen we toch vaak moeilijk over taal.

Niet dat dat raar is, hoor. Ik snap wel waarom we er moeilijk over doen. Waarom we taal omkleden met regels, en uitzonderingen op die regels. En dan maken we weer regels voor die uitzonderingen en ook weer uitzonderingen op die regels.

We spreken taal, heel veel talen, en in nog veel meer verschillende accenten. En we schrijven taal, met letters of tekens of andere symbolen. In die schrijftaal zijn er vaak ook nog eens verschillende mogelijke spellingen voor hetzelfde woord. En ook een hele zwik interpunctietekens.

Voor veel begrippen hebben we meerdere woorden die elkaar in betekenis benaderen of overlappen. Zo kunnen we dezelfde boodschap op verschillende heel manieren verpakken, in uiteenlopende stijlen. En van heel wat woorden kunnen we de geschiedenis traceren tot wel duizenden jaren geleden.

Kortom, we zijn flink met taal bezig. Dat kan ook niet anders: dat is wat ons mens maakt.

Maar toch, soms is het zo simpel. En dan kom ik weer bij de twee jongedames die ik al noemde. Blondines allebei, in een opperbeste bui en, zo schat ik, vier jaar oud.

Lees verder Hallo!

Proest

Ik zat net even in de auto en beluisterde een klassiek concert op Radio 4. Tussen twee muziekdelen in hoorde ik in de achtergrond het publiek losbarsten in een symfonie – pardon, kakofonie van kuchen, hoesten, rochelen en proesten.

Als je wel eens een klassiek concert bezoekt, weet je wat ik bedoel. In de stilte tussen twee delen of liederen – maar wanneer je nog niet mag klappen – wordt een deel van de zaal plots bevangen door een kno-aandoening die kennelijk gepaard gaat met het uiten van de meest uiteenlopende onsmakelijke geluiden.

Hoe'st? Niet zo best...
Hoe’st? Niet zo best…

Jongens, je bent daar toch met zijn allen om van die muziek te genieten? Muziek heeft een natuurlijke habitat waarin ze het beste tot haar recht komt, en die habitat is stilte. Toch is er een soort cultuurconsument (de homo disconcertantus zullen we maar zeggen) die nog niet ver genoeg van de holenmens af is geëvolueerd om dat ook te snappen.

Lees verder Proest

Kan jij dit?

Ach, wat was het mooi. In Amstelveen, bij het winkelcentrum, op weg naar mijn auto, ben ik blijven staan om ernaar te kijken, minutenlang. (Gelukkig maar, want anders was het secondelang geweest, en dat woord, in de nieuwe spelling zonder tussen-n, vind ik nog steeds te debiel voor woorden.)

Een meisje van een jaar of vijf liep hand in hand met haar oma op het plein. Ineens zei ze vrolijk, “Kan jij dit?” Ze liet haar oma’s hand los en ging op één been staan. Deze oma wist van wanten, want hopla! ze ging ook op één been staan. Haar kleindochter glunderde.

Lees verder Kan jij dit?

Koekjes, chips en chocomel

Een tijdje geleden ben ik met de kids naar het De Mirandabad in Amsterdam geweest. Wat zich voor mijn ogen ontvouwde was een sociaal-gastronomisch spektakel van ongekende proporties, dus dat wilde ik je niet onthouden.

Een paar andere badgasten hadden hun stukje zwembadterritorium afgebakend vlak voor de plek waar ik zat. Deze goede lieden spraken een Slavische taal. Russen, misschien? Of Polen, of Oekraïners? Zoiets. De moeder-overste van de club was een dame van een jaar of vijftig die alleen al angst inboezemde doordat ze ongeveer even breed als lang was. Zij vatte post op een van de stoelen die ze verzameld hadden en is geen moment meer van haar plaats geweest. Om haar heen stonden drie goed volgepropte tassen.

Lees verder Koekjes, chips en chocomel

Taalhoroscoop

Is er een betere manier om het nieuwe jaar in te luiden dan met een heuse taalhoroscoop? Het voorspellen van de toekomst is immers een fluitje van een cent. Kijk maar.

Voor de Steenbok wordt 2009 een zeer goed jaar, vol rijm en alliteratie. Let wel op met tangconstructies, want daarmee kun je je bezeren. — Watermannen moeten vooral in mei oppassen voor anglicismen, want dan staat de exoplaneet Albion in hun teken. Verder ontdekt menig Waterman dit jaar de liefde voor de puntkomma. — Vissen hebben altijd moeite met pleonasmen, dus kijk daar ook dit jaar mee uit, met name in het najaar. Maar een tautologie behoort wel tot de mogelijkheden.

Lees verder Taalhoroscoop

Doeg

Ik kan me niet meer heugen wanneer ik voor het laatst een brief zag die afgesloten werd met Hoogachtend… Nou kan dat natuurlijk zijn omdat niemand mij nog hoogacht, maar ik denk toch dat er iets anders aan de hand is.

We zijn in de afgelopen decennia steeds informeler met elkaar gaan omgaan. Kledingcodes zijn versoepeld – wie draagt er nog, zoals mijn grootvader, ook in zijn vrije tijd een driedelig pak? Aanspreekvormen zijn genivelleerd – niet veel kinderen van de huidige basisschoolgeneratie zeggen nog u tegen hun opa en oma, en niet veel van hun ouders zeggen nog u tegen hun baas. De MBB (“minimale beleefde begroeting”, een eigen verzinsel van mij) is van al zijn ceremonieel ontdaan – iedereen kust en knuffelt elkaar: van links tot oud, van hoog tot rechts, van jong tot laag. En de lange brieven en gesprekken van weleer zijn grotendeels vervangen door korte maar vaak niet eens zo krachtige e-mails, msn-chats, sms’jes, iCards en gsm-babbels.

Dat dus
Dat dus

Lees verder Doeg