Dus ik zeg, je kúnt het, zeg ik.

Je zit thuis een film te kijken en denkt ineens: ik heb trek in een snack. Op naar de keuken, waar een inspectie van de koel- en andere kastjes niets oplevert. Zucht. Terug naar de bank. Tien minuten later denk je koppig: maar ik wil iets lekkers! Dus weer naar de keuken, en alle deurtjes opnieuw openmaken om te zien of daarachter spontaan een zak chips of een bak chocolade-ijs gematerialiseerd is. Herkenbaar?

Ik moest aan zo’n scenario denken toen ik las over een recent onderzoek in de Journal of Personality and Social Psychology. Daarin stellen Ethan Kross en collega’s vast dat mensen die gestrest zijn of ergens over piekeren er baat bij hebben om zichzelf in gedachten in de tweede of derde persoon aan te spreken, in plaats van in de ik-vorm.

You can do it!
“We can do it”…? YOU can do it!

Een voorbeeld. Piet heeft morgen een sollicitatiegesprek en is daar best nerveus voor. Hij zegt tegen zichzelf: “Ik kan het. Ik heb me goed voorbereid, en ik ben gewoon heel geschikt. Die baan is echt iets voor mij!” Vergelijk dat met Jan, die morgen voor diezelfde functie een gesprek heeft. Ook Jan is zenuwachtig en praat op zichzelf in: “Je kunt het. Je hebt je goed voorbereid, en je bent gewoon heel geschikt. Die baan is echt iets voor jou!” Voel je het verschil? Volgens Kross heeft Jan meer baat bij zijn zelf-peptalk dan Piet, omdat Jan een soort innerlijke coach of vriend oproept.

Het is maar een kleine talige aanpassing – van ik naar jij. Maar die kleine overstap ontsluit een groot en relevant verschil: het onderscheid tussen de ik en de ander.

Lees verder Dus ik zeg, je kúnt het, zeg ik.

Stroop in je hersens

Het schijnt een droom te zijn die veel mensen hebben. Je probeert je voort te bewegen, maar je benen werken vertraagd, alsof je door een zwembad met stroop aan het lopen hebt. Het toeval wil dat er een interessant psychologisch verschijnsel is dat daar erg op lijkt en dat ook nog eens het Stroop effect heet.

Met stroop in je hersens heeft dat echter niets te maken. De naam is ontleend aan de ontdekker van dit kinkje in de hersenketting: de Amerikaanse psycholoog John Ridley Stroop (1897-1973). Wat is er aan de hand?

Ons brein heeft een talent voor patroonherkenning. We hebben het niet door, maar die grijze cellen zijn de hele tijd bezig om de kleine flardjes werkelijkheid die onze zintuigen aan ons doorgeven om te toveren in iets dat aanvoelt als een coherent geheel.

Zo ook met taal. Wij proberen, alle tegenwerking ten spijt, zo efficiënt mogelijk betekenis toe te kennen aan de letters en woorden die we tegenkomen. Daarom vergissen we ons soms en lezen we iets anders dan er echt staat. En draoam lkut het je pmira om dzee zin te begepirjn, al saatn de lretets hmalaeel door eaklar.

Lees verder Stroop in je hersens

Geest uit de fles?

Om te beginnen: gelukkig nieuwjaar!

Na een sabbatsmaand op het afgelegen eilandje Tickler’s Brow (anagram) is de Taaleidoscoop weer terug, met de beste wensen voor alle lezers.

De eerste dagen van een nieuw jaar zijn voor velen de tijd bij uitstek om met goede voornemens te spelen. Bijna zonder uitzondering worden die daarna al snel weer verweesd achtergelaten – maar daar letten we nu even niet op.

Het maken van goede voornemens, als je het heb goed bekijkt, is een spel met patronen. Mensen hebben allerlei gedragspatronen, en we zijn ons maar bewust van een heel klein deel daarvan. Een goed voornemen is niets anders dan de intentie om oude patronen te verlaten of nieuwe patronen aan te leren.

Maar ook in bredere zin zijn wij mensen heuse patroonbeesten. Onze hersens zijn er minutieus op ingesteld om de barrage aan indrukken die ons elke dag via onze zintuigen bereikt te ordenen in overzichtelijke structuren. Dat is geruststellend. Het is routine. En het is gevaarlijk.

Lees verder Geest uit de fles?