Waar is Charlie?

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat, na de terreuraanslag in Parijs op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo, de zin Je suis Charlie opdook. In de vorige Taaleidoscoop keken we al naar het woord meme – en dit korte zinnetje is een volbloedinternetmeme gebleken. “Je suis…” is niet meer weg te denken.

De originele Je suis Charlie
De originele Je suis Charlie

Deze slogan is ongeveer een uur na de aanslag bedacht en als zwart-grijs-wit woordmerk online gezet (op Twitter) door Joachim Roncin, een Franse kunstenaar en muziekjournalist. De naam Charlie Hebdo was toen volop in de media en Roncin moest denken aan een serie boeken die hij vaak met zijn zoon bekeek: Où est Charlie? Je kent misschien wel de heerlijke Waar is Wally? zoekboeken – dit is daar de Franse vertaling van. (Het Engelse origineel is Where’s Wally?) Lees verder Waar is Charlie?

ISIS, IS, ISIL en nu… Daesh?

In de tweede akte, tweede scène van William Shakespeares Romeo and Juliet vindt de fameuze balkonscène plaats. Juliet, van de familie Capulet, heeft haar hart verloren aan Romeo. Hoorde hij maar niet bij de verfoeide familie Montague, verzucht ze – dan zou hun geheime liefde niet gedoemd zijn.

“What’s in a name?” vraagt Juliet. Ik houd van jou, welke naam je ook hebt: “that which we call a rose / By any other name would smell as sweet”. En Romeo wil inderdaad zijn gehate naam afzweren: “Call me but love, and I’ll be new baptiz’d; / Henceforth I never will be Romeo.”

Welke naam je iets geeft is belangrijk, heel belangrijk. Dat zag je weer eens duidelijk in de nasleep van de verschrikkelijke aanslagen van afgelopen vrijdag in Parijs.

François Hollande
François Hollande

Het viel me direct op dat president Hollande in zijn toespraak naar de organisatie achter daders verwees als “Daesh”, en niet als “ISIS” of “Islamitische Staat”.

Waarom was dat?

Lees verder ISIS, IS, ISIL en nu… Daesh?

Trappengeest

Ken je dat? Je bent in een gesprek, iemand zegt iets heel stelligs, en pas uren later of de dag erna bedenk je ineens: oh nee, ik had dát moeten antwoorden! Te laat… Geloof het of niet, daar is een term voor.

Ik kwam hem tegen op de aanbevelenswaardige podcast van George Hrab. Daar woedde enkele weken geleden een feuilletonzoektocht naar de oorsprong van deze prachtige uitdrukking: l’esprit de l’escalier (de geest van de trap).

Denis Diderot

Bij mijn weten kent hij geen Nederlandse evenknie, maar het Duits heeft wel het woord Treppenwitz, dat grofweg hetzelfde betekent. De oorsprong van l’esprit de l’escalier is terug te voeren op de Franse schrijver en filosoof Denis Diderot (1713-1784). Die schreef tussen 1773 en 1777 een boekje over zijn filosofie van het theater, met als titel Paradoxe sur le comédien. Het boek is een dialoog waarin de Eerste Spreker de mening van Diderot verwoordt en de Tweede Spreker de lezer of de oningewijde vertegenwoordigt.

Lees verder Trappengeest

Wat een type, die Louis!

Vandaag werd ik blij verrast door de jongste hommage op de startpagina van Google. Om de zoveel tijd passen ze daar het Google-logo aan om een bepaalde persoon of gebeurtenis in het zonnetje te zetten. Vandaag doen ze dat zo.

Ik kon het plaatje niet echt thuisbrengen, afgezien van een duidelijke laat-19e-eeuwse uitstraling. Gelukkig hoef je alleen maar door te klikken om te ontdekken dat hier de 224ste geboortedag gevierd wordt van Louis Daguerre – de uitvinder van de daguerrotype, een voorloper van de moderne fotografie.

Meteen sloeg ik aan het mijmeren. Want beeldtaal is ook een soort taal, net als woordtaal, lichaamstaal, gebarentaal, tooitaal etc. Beeldtaal is van alle tijden, maar de komst van de fotografie was een heuse revolutie. Daarvoor bestond alle beeldtaal – van de zeventienduizend jaar oude rotstekeningen in Lascaux tot de realistische schilderkunst van de negentiende eeuw – uit afbeeldingen die gefilterd waren door mensenhersenen. Met de fotografie hadden we voor het eerst een instrument dat een beeld van de wereld kon vastleggen zoals hij echt was. Een heuse paradigm shift, van welke er geen weg terug meer was.

Lees verder Wat een type, die Louis!

Bok

Al langer had ik het idee om eens iets te schrijven over het woord capriolen. Dat is er zo een waarvan de herkomst niet meteen duidelijk is en waar je een leuke etymologie achter vermoedt. En dat klopt.

Voor de volledigheid: als iemand capriolen maakt, dan haalt hij (in de woorden van Van Dale) “rare streken” uit. Gekkigheid. Bokkensprongen. En wat blijkt? Die associatie met een mannetjesgeit (bok) komt niet zomaar uit de lucht vallen. Want het woord capriool stamt af van het Italiaanse capriolo, wat reebok betekent. Een Nederlandse capriool was dan ook eerst gewoon een sprong in de lucht, nog voordat het “gekkigheid” ging betekenen.

Capriool!
Capriool!

Dat capriolo voert op zijn beurt terug op het Latijnse capreolus (wilde geit) en is verwant aan het Italiaanse capro (geit). En daarmee ben je al een stap dichter bij een woord dat het Nederlands uit het Frans heeft overgenomen: caprice. Of, weer in het Italiaans, capriccio. Een caprice is een gril, een bevlieging; en een capriccio is een muziekstuk dat zonder vast schema, grillig gecomponeerd is.

Maar daarmee ben je er nog niet, want het is de moeite waard om nog een zijstapje te maken. In dit verhaal is namelijk ook nog plaats voor een ander bokkenwoord: cabriolet.

Lees verder Bok

Kiet

Tja, wat doe je als je een verhaal hoort over iemand die in de rats zit over een onbeantwoorde liefde? Ik pak meteen de Taaleidoscoop erbij. Dat helpt natuurlijk voor geen meter om de onwillige beminde die gewenste schop onder de kont te geven, maar ja, je kijkt er wel verder mee.

Want je ziet dan meteen de Engelse term voor een onbeantwoorde liefde: unrequited love. Een prachtige combinatie van woorden, die ook in het Engels poëtisch en prettig ouderwets aandoet. Dat komt omdat het woord unrequited bijna niet meer gebruikt wordt los van love. Je ziet het wel hoor, en niet altijd correct gebruikt – maar in verreweg de meeste gevallen gaat het om de combo unrequited + love.

True that!
True that!

Zoiets heet een collocatie: twee of meer woorden die verbonden zijn in een min of meer vaste uitdrukking. (Collocatie betekent letterlijk: samen-plaatsing.) Voorbeelden in het Nederlands zijn: euvele + moed en harde + waarheid. Ga maar na, je zou niet snel zeggen: “Hij had het euvele lef om haar voor te liegen” of “Zij moet nu toch de stevige waarheid onder ogen zien”.

Lees verder Kiet

Beetje raar

Het is een beetje raar, maar er is een hbo-opleiding Oriëntaalse Talen en Communicatie. Je kunt cursussen volgen in oriëntaals buikdansen. In menige keuken worden oriëntaalse recepten bereid. En, zoals gezegd, dat is een beetje raar.

Want wat doet die s daar? Die s aan het eind van oriëntaals, die daar als een soort slungelende hangjongere niets loopt te doen. Ik bedoel: kijk nou naar het woord oriëntaal. Dat betekent precies hetzelfde, maar dan zonder die s.

Gebroederlijk bij elkaar
Gebroederlijk bij elkaar

Iets wat oriëntaal is, heeft te maken met de Oriënt, het Oosten. Of, met een paar meer dichterlijke woorden: het Ochtendland, de Levant. Daar waar de zon opkomt. De minder bekende evenknie daarvan is occidentaal: dat zijn dingen die te maken hebben met de Occident, het Westen – het Avondland, waar de zon ondergaat.

Lees verder Beetje raar

Meneer Vandaal wacht op uitleg

Vorige maand heeft de wereld gespannen en geschokt gekeken naar Iran. Gek genoeg is een van de dingen die me is bijgebleven uit de berichtgeving rond de problematiek in Perzië een woord. Een woordvoerder van de Raad van Hoeders legde op tv uit hoe het westen schuldig was aan alle onlusten, chaos en vandalisme na de verkiezingen. Ik spreek geen Farsi, dus ik kon zonder ondertitels niet volgen wat hij zei – op één woord na, waarin duidelijk de klank wandal te horen was. Vandaal, dus.

Ik ben altijd geïntrigeerd door woorden die (bijna) hetzelfde zijn in talen die juist heel verschillend zijn. Die moeten wel dezelfde herkomst hebben. Ik wist wel dat vandaal te maken had met de volksstam van de Vandalen, maar ook niet veel meer dan dat. Tijd om te gaan snuffelen naar een nadere uitleg.

Lees verder Meneer Vandaal wacht op uitleg

Bolletje

Onlangs hoorde ik iemand in een podcast iemand anders aanhalen die weer iemand anders had uitgemaakt voor a spherical bastard. Nou betekent het Nederlandse sfeer ook wel “bol”, en sferisch “bolvorming” – maar in het Engels zijn die termen toch veel gebruikelijker. Ik houd het op bol.

A spherical bastard. Een bolvormige klootzak. Wat een geweldige verwensing! Het idee is: de bol is de enige geometrische vorm die er altijd hetzelfde uitziet, van welke kant je hem ook bekijkt. Een spherical bastard is dan iemand waarvan je zegt: hoe je er ook naar kijkt, het is en blijft een klootzak.

Bolvormige klootzak
Bolvormige klootzak

Alleen een echte bèta kan op zo’n scheldwoord komen, en ja, inderdaad, de (vermeende) bron is de Bulgaars-Zwitsers-Amerikaanse astronoom Fritz Zwicky, die er een goede gewoonte van maakte om een groep sterrenkundigen waarmee hij wedijverde voor spherical bastards uit te maken. Ook knappe wetenschappers kunnen bitchy zijn…

Lees verder Bolletje

Less is more

Er wordt wel eens gezegd dat de grootste wetenschappelijke ontdekkingen niet begeleid worden, zoals het cliché wil, door een luid “Eureka!”, maar juist door een eenvoudig “Hé, dat is raar…”

Hoe het ook zij, ook minder belangwekkende openbaringen worden vaak voorafgegaan door – als de wereld een stripverhaal was – een tekstballonnetje met alleen een vraagteken erin. Ik had er een boven mijn hoofd hangen toen ik een paar dagen geleden naar het woord zeemeermin keek.

Misschien wel de bekendse meermin
Misschien wel de bekendse meermin

Zeemeermin. Zee-meer-min. Zee-meer-min. Meer. Dat meer, dat bracht mij, min of meer, van mijn stuk. Daar zit, zogezegd, meer achter, dacht ik. Want ik dacht ook meteen aan het Engelse woord mermaid. Niet “sea-mermaid” of zoiets, maar gewoon mermaid. Mer-maid. Mer-maid. Mer, meer. Zoals in het Franse la mer, de zee. Of zoals in het Duitse das Meer, de zee. En die min, zo redeneerde ik, dat is gewoon een vrouw, zoals in het Engelse maid meid betekent, en het Nederlandse min zoogvrouw.

Het vraagteken werd een uitroepteken.

Lees verder Less is more

Dikke dame

Het is alweer een tijd geleden, maar ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Ik sprak met een collega over idiomen. Dat zijn uitdrukkingen zoals “hij heeft het achter de ellebogen”, waarbij het hele gezegde iets anders betekent dan de letterlijke betekenis van de woorden erin.

Deze collega was een Amerikaanse, en sprak voortreffelijk Nederlands. Zij had een speels theorietje dat die gekke Nederlanders een soort onderbewuste stankfixatie hadden, want twee van haar favoriete Nederlandse idiomen hadden daarmee te maken. Dat waren: iemand een poepie laten ruiken en hij stinkt een uur in de wind.

Ik kan me goed voorstellen dat dit haar vermakelijk in de oren klonk, want idiomen in een andere taal klinken vaak in eerste instantie heel raar. Als je een Fransman hoort zeggen dat je “handen en voeten moet doen” om een probleem om te lossen (faire des pieds et des mains), dan snap je misschien best wel dat dat hemel en aarde bewegen betekent, maar het is toch ook koddig.

Lees verder Dikke dame