Effe snuffe

In die goede oude Middeleeuwen stonk iedereen. Na het opstaan je tanden poetsen, een beetje deo onder de fris geschoren oksels, wat lekkere aftershave – dat was er allemaal niet bij.

Vervolgens ontdekten sommige kruisvaarders, die met de beste oorlogszuchtige bedoelingen naar het Heilige Land vertrokken waren, dat die gekke heidense Arabieren zich wasten en baadden en besprenkelden met allerlei heerlijk luchtende druppels. En ook zij moesten toegeven: dat is toch wel lekker.

Lekker luchtje...
Lekker luchtje…

Toen zij in Europa terugkwamen en aan de buren voorstelden of die zich niet ook eens wilden wassen, werden ze vierkant uitgelachen. Dat nieuwerwetse welriekende gedoe, dat was alleen voor goddeloze imbecielen!

Maar ja, zoals ze zeggen, the rest is history. De nieuwe wijsheid van de hygiëne is als een bulldozer door onze cultuur gegaan, tot op het punt dat we ons nu bijna te vaak wassen en er ontelbare geurtjes zijn waarmee we onze lijven dagelijks in olfactorische paleizen kunnen omtoveren. Alleen al in de webshop van Douglas vind je 172 verschillende cosmeticamerken, waarvan de meeste ook nog meerdere geurlijnen hebben. Met zo’n overdonderend aanbod van neusverwenners moet je er als fabrikant wel iets op verzinnen wil je nog opvallen. En dat doen ze ook. Met taal.

Lees verder Effe snuffe

Zoals het sokje thuis tikt

Er is iets aan de hand met het woord huis. Het heeft nog steeds zijn vertrouwde, meer dan duizend jaar oude betekenis van “bouwsel waar mensen in wonen”, maar er is nu iets nieuws. Aan de boom die huis is begint namelijk een nieuwe loot te groeien, in de vorm van huis-, een voorvoegsel.

Deze huissokken waren te koop bij Blokker
Deze huissokken waren te koop bij Blokker…

Ik heb het, zoals je straks zult zien, over woorden als huissok, huisbroek en huispak. Die kom ik steeds vaker tegen. Maar voor de goede orde eerst even dit.

Het zelfstandig naamwoord huis staat al veel langer aan het begin van langere, samengestelde woorden. Dat is dus niet nieuw. Denk aan huisdier, huisvuil en huismeester. Hier heeft huis nog steeds de betekenis van dat bouwsel, waarbij de toevoeging het karakter heeft van “in, van of horende bij” het huis.

Lees verder Zoals het sokje thuis tikt

Salade

Vorige week heb je al gezien hoe de “achternaam” van Julius Caesar de titel werd van de Romeinse heersers, en ook zijn weg vond naar het Nederlandse woord keizer.  (Strikt genomen was het niet zijn achternaam, maar zijn cognomen: het derde deel van de naam van een Romeins staatsburger, in de conventies van het antieke Rome. De eerste twee delen waren het praenomen, de “voor-naam”, en het nomen gentile, de familienaam.)

Maar het verhaal van caesar is daarmee nog niet klaar. Want niet alleen “onze” keizerstitel stamt ervan af, ook het woord tsaar is een afgeleide van caesar.

We associëren tsaren nu vooral met de Russische monarchie, maar de eerste die de titel voerde was een Bulgaar. Prins Simeon I heerste over Bulgarije van 893 tot 927, en halverwege zijn bewind besloot hij dat de titel van prins hem toch wat te minnetjes was. Dus noemde hij zichzelf keizer, caesar – tsar. “De Grote”, voegde hij er ook nog aan toe – want je moet natuurlijk wel even duidelijk maken wie er de baas is.

Lees verder Salade

Aaibaar

Het is wonderlijk hoe snel dingen op hun kop kunnen komen te staan. Vorige week zag ik in de krant een kop bij een artikel over de verjaardag van de draagbare cassettespeler: “Walkman (oer-iPod) bestaat dertig jaar”. Maar hoe lang is het geleden dat de iPod werd uitgelegd met termen als “de walkman van de 21ste eeuw”? Nog geen acht jaar.

Ah, de goeie oude tijd...
Ah, de goeie oude tijd…

In minder dan een decennium is ons begrip van kleine muziekspelers kennelijk gegaan van een iPod is een walkman, maar dan anders naar een walkman is een iPod, maar dan anders. In het eerste geval betekent “anders”: beter, geavanceerder. In het tweede geval betekent het: verouderd,  achterhaald.

Ik vind dit interessant, omdat het weerspiegelt hoe wij mensen in wezen luie, egocentrische wezens zijn.

Lees verder Aaibaar

Bionlogisch

Zoek eens online op het woord milieuvriendelijk en je vindt een hoorn des overvloeds aan dingen die zogenaamd fijn zijn voor mens en planeet. Van energiebronnen tot gewasbescherming, en van televisietoestellen tot kraamcadeaus. Zelfs voor milieuvriendelijke bamboe-T-shirts draaien we onze hand tegenwoordig niet meer om.

Biobewust
Biobewust

Maar ja, milieuvriendelijk is niet zo’n fijn woord. Er is niets mis mee, natuurlijk, maar het is wel vijf lettergrepen lang en het rolt niet echt soepeltjes over de tong. Geen wonder dus dat er andere woorden te hulp geschoten zijn. Ze betekenen misschien niet helemaal hetzelfde, maar komen (afhankelijk van hun context) een heel eind in de buurt, of bieden juist een verdere nuancering. Ik denk dan aan kreten als duurzaam, groen, ecologisch en natuurlijk.

Lees verder Bionlogisch

Spontaan

Als de dag van gisteren herinner ik me dat moment uit een toneelcursus, ergens in mijn studententijd. Vijftien wat onzekere adolescenten bij elkaar in een kamer met één cursusleider, die iedereen een voor een naar voren roept voor een korte opdracht. Tegen een van de meisjes roept hij: “Zeg eens iets origineels!” En zzzzing!!! daar bevriest de jongedame. Iets origineels… Help! Kan niks verzinnen! Eh…

De truc is natuurlijk dat wat ze ook gezegd had goed was geweest. “Citroen.” “Mijn opa was fluitspeler.” “Krijg de klere.” Wat dan ook. Alles is origineel in zo’n context, maar de druk dat je iets oorspronkelijks moet zeggen, geeft het gevoel dat niets goed is. Als je iets ongedwongens, iets impulsiefs moet doen, dat lukt het ineens niet meer.

Lees verder Spontaan

Joker

De afgelopen weken was het weer eens zover: in mijn supermarkt kon je Jokers plakken om jezelf te verwennen met extra korting. En het filiaal waar ik mijn boodschappen doe is helemaal fijn, want daar kun je doen aan “zelfscannen”, en dan hoef je niet meer lang in de rij te staan voor de kassa.

Maar de wereld is geen aards paradijs, want je kunt natuurlijk niet én Jokeren én zelfscannen tegelijk. Om de nietsvermoedende klant hierop attent te maken, had ’s lands jokerigste kruidenier een berichtje opgehangen bij de zelfscanapparaten. (Zie de foto of de tekst aan het eind van dit taalverhaal.)

Nu hou ik er niet van om schoolmeesterachtig de rode pen te hanteren als een terechtwijzend vingertje. Iedereen maakt wel eens een fout. Maar dit zelfscan-joker-papiertje heb ik toch even aandachtig bekeken.

Lees verder Joker

Walnotenpesto

Begrijp me goed. Ik ben goede vriendjes met Albert Heijn. Ik doe er elke week trouw mijn boodschappen en ik vind het een fijne winkel. En ik ben ook goede vriendjes met de AllerHande, het lijfblad van ’s lands grootste kruidenier.

Boerenkost
Boerenkost

Niets ten nadele van de globalisering, want die hou je toch niet tegen, maar… ik dicht de AllerHande toch een belangrijke rol toe in de culinaire emancipatie van het Nederlandse volk. Het is nog niet eens zó lang geleden dat voor de gemiddelde Hollandse huisvrouw een paprika een nogal exotische groente was, en dat ze nog nooit gehoord had van couscous of guacamole.

Albert Heijn heeft, met groot geduld en met de AllerHande als strijdzwaard, het poldervolk opgevoed om meer te eten dan alleen stamppot en erwtensoep. (Daar is overigens niets nobels aan: de Koninklijke Ahold N.V. wilde ons alleen maar meer verschillende producten kunnen verkopen, om zo meer winst te maken.)

Lees verder Walnotenpesto