Papa vs. pappa

Het lijkt wel alsof er in het Nederlands twee manieren zijn om de informele aanspreekvorm voor “vader” te schrijven: papa en pappa. Is een van die twee de “juiste” vorm en zo ja, welke dan? Dat hoef je niet aan je vader te vragen, want de Taaleidoscoop weet raad!

Waar hebben we het over?

Van sommige woorden met dezelfde klank en betekenis bestaan meerdere spellingen. Soms geldt een daarvan als “fout”, maar soms mag je ze ook allebei gebruiken.

Betekenis en gebruik

  • Papa is een informeel synoniem en aanspreekvorm voor vader.
  • Pappa is een vormvariant van papa.

Beide schrijfwijzen bestaan zij aan zij, maar woordenboeken als Van Dale verwijzen bij pappa terug naar papa als hoofdlemma. Die laatste spelling heeft dus de voorkeur.

Voorbeelden

  • Ik heb papa gevraagd om meer zakgeld.
  • Pappa, wanneer gaan we weer naar huis?

Voor de goede orde: je zou de spelling van papa/pappa in deze voorbeelden dus om kunnen draaien. Maar de vorm met één p geldt als de normspelling.

Even opletten

Strikt genomen zou je eerder verwachten dat de spelling pappa de norm zou zijn, want de eerste a in papa klinkt als een korte [a] (je zegt geen “paa-paa” maar “pah-paa”). Zo’n korte klinker wordt meestal gevolgd door meer dan één medeklinker. Dat is bijvoorbeeld het verschil tussen kopen en koppen, zwaluw en zwalken, hobo en hobby.

Maar in dit geval is de “afwijkende” spelling dus degene die de voorkeur krijgt.

Weetje

Het zal je niet verbazen, maar precies hetzelfde verhaal geldt ook voor de woorden mama en mamma.

Ook daar zie je dat de spelling mama de voorkeur heeft. Dat zie je alleen al aan de titels van tijdschriften zoals Viva Mama, Kek Mama en fabulous mama.

Wat vind jij?