Ooit

Zoals beloofd heb je nog enige uitleg tegoed over de jongste bewoner van de kweekvijver. (Voor wie het nog niet weet: de kweekvijver is de plaats waar Taaleidoscoop woorden verzint en verzamelt die nog niet bestaan, maar die wel zouden moeten bestaan.)

Onlangs had ik een goed gesprek met mij jongste zoon. Hij is in de leeftijd dat hij overal vragen bij stelt en de wereld niet meer klakkeloos aanneemt zoals hij is. Waarom dit? Waarom dat? Hoe kan dit? En waarom niet zus, of zo?

Het besef is inmiddels ook tot hem doorgedrongen dat de wereld niet altijd geweest is zoals hij nu is, en ook niet altijd zo zal zijn. Hij slurpt het allemaal aandachtig op: dat vroeger tv’s een zwart-wit beeld hadden, dat telefoons ooit allemaal een losse hoorn hadden die met een kringeldraadje aan het toestel vastzat, dat er ooit geen vliegtuigen waren. En hij stelt zich ook voor wat er allemaal nog meer uitgevonden zal worden, later als hij groot is.

In een van onze gesprekken over dit soort belangrijke zaken vroeg hij me, “Papa, hoe was de wereld vroeger, toen jij klein was?” Ik vertelde dat ik, net als hij, toen speelde en tekende en balde en soms een beetje stout was. Maar dat er geen internet was, dat ik nog niet auto mocht rijden, en dat mijn opa’s en oma’s allemaal nog leefden.

Volgende afslag... de overtoekomst!
Volgende afslag… de overtoekomst!

Hij vroeg of ik mij toen ook wel eens voorstelde, net als hij, hoe de wereld er later uit zou zien, als ik groot was. En ik dacht aan het jaar 2000. Als kind en tiener keek ik daar erg naar uit – het jaar 2000, dat was wat, dat was toverachtig! Op het randje van een nieuwe eeuw, een nieuw millennium. En ik berekende dan dat ik in het jaar 2000 tweeëndertig zou zijn. Nou, dat was me wat, dan was je pas echt oud!

Wel, inmiddels ben ik tweeënveertig, is de nieuwe eeuw alweer bijna tien jaar oud, en heb ik een zoon die mij dit soort wezenlijke levensvragen stelt.

Tja, zei mijn kleine filosoof, alles overpeinzend. Eigenlijk, papa, leef jij dan nu in je eigen toekomst. En ik dacht: verdorie, hij heeft gelijk! Maar hoe zou het leven dan zijn, vervolgde hij, in de overtoekomst, de tijd die komt ná je eigen toekomst?

Dat vind ik zo’n prachtige vondst dat ik hem met gepaste trots een plaats geef in de kweekvijver. En nu maar hopen dat dit woord zelf ook een glansrijke toekomst tegemoet gaat…

Wat vind jij?