Ongelooflijk vs. ongelofelijk

Aan het begin van de zomer keken we al naar de woorden werkloos en werkeloos. Die betekenen – hoeveel ze ook op elkaar lijken – niet altijd hetzelfde. Geldt dat ook voor ongelooflijk en ongelofelijk?

Waar hebben we het over?

Van sommige woorden in het Nederlands bestaan zogenaame vormvarianten: twee of meer alternatieve spellingen voor dezelfde term. Soms draagt zo’n vormvariant ook een verschil in betekenis met zich mee. Maar niet altijd.

Betekenis en gebruik

  • Ongelooflijk is een vormvariant van ongelofelijk.
  • Ongelofelijk een bijvoeglijk naamwoord waarmee je aangeeft dat iets (bijna) niet gelo0fwaardig is. Maar het kan oook betekenen: buitengewoon, uitzonderlijk.

Formeel geldt ongelofelijk dus als de “basisspelling”, waarvan ongelooflijk dan een alternatieve vorm is. Zo staat het ook in de Dikke Van Dale. Toch denk ik dat veel mensen juist ongelooflijk (zonder die -e-) zien als de “nettere” variant, en ongelofelijk als de meer informele vorm, die dichter bij de spreektaal staat.

Let op! Je ziet ook wel eens de spelling “ongelovelijk”, maar die zonder meer geldt als fout.

Voorbeelden

  • Het is ongelooflijk hoe snel ons bedrijf gegroeid is.
  • Japke heeft weer afgezegd, met een of ander ongelofelijk verhaal over een lekke band.
  • Wat ongelofelijk leuk dat jullie vrienden uit Australië er ook bij zijn!

Even opletten

Er zijn meer woorden waarbij de uitgang -lijk voorafgegaan wordt door een f, met of zonder die tussen-e. Soms geldt daarbij de versie mét -e- als de standaardspelling, en soms de spelling zonder -e-.

In deze voorbeelden is steeds de standaardvorm in vet weergegeven:

  • Toegefelijk – toegeeflijk
  • Sterfelijk – sterflijk
  • Geriefelijk – gerieflijk
  • Onbeschrijfelijk – onbeschrijflijk
  • Liefelijk – lieflijk

Weetje

Er zijn ook soortgelijke woorden waarbij de vorm zonder -e- überhaupt niet bestaat. Denk aan hoffelijk, erfelijk, voortreffelijk en stoffelijk.

Wat vind jij?