Snap je ’m?

Het gebruik van metaforen is niet zonder risico’s. Een metafoor of beeldspraak is dan ook een kunststukje van taalgebruik. In het kort komt het erop neer dat je zegt wat je wilt zeggen door niet te zeggen wat je wilt zeggen.

Een voorbeeld. Je kunt over een collega zeggen dat hij “een echt werkpaard” is. Daarmee bedoel je niet dat de persoon in kwestie een viervoetig, eenhoevig zoogdier is van het soort equus caballus. Nee, je pakt bepaalde eigenschappen van dat dier (kracht, trouw en doorzettingsvermogen bijvoorbeeld) en plakt die via de metafoor op je collega.

Sticks and stones…

Maar degene die de metafoor ontvangt, moet wel snappen welke eigenschappen je wilt overbrengen en waar ze voor staan. Anders werkt de metafoor niet.

Nog een voorbeeld. Jaren geleden las ik met medestudenten deze zin, nota bene als voorbeeld van een metafoor: The chairman plowed through the meeting. Wij begrepen allemaal de beeldspraak als volgt: het was een zware vergadering die de voorzitter slechts met moeite tot een goed einde bracht. Maar vervolgens bleek uit de begeleidende tekst dat de beoogde metafoor juist was: de voorzitter ging voorvarend te werk en raasde door de vergadering heen. Heel iets anders!

Zo zie je dat het idee van “ploegen” twee concepten samenbrengt. Het is een ontmoeting van een statische kracht (de aarde) en een dynamische kracht (de ploeg).

In het voorbeeld hierboven hadden wij de metafoor “geladen” met de statische kracht van de aarde, terwijl de auteur juist de dynamische kracht van de ploeg wilde communiceren. Zou deze verwarring overal mogelijk zijn, of heeft het Engelse to plow misschien een net even andere lading dan het Nederlandse ploegen? Iets om over na de denken…

Ten slotte: een metafoor is iets anders dan eufemisme of ironie. Daarbij zeg je óók wat je wilt zeggen door niet te zeggen wat je wilt zeggen, maar het werkt net even anders.

Een eufemisme ontstaat als je een ongewenste term vervangt door een meer neutrale bliksemafleider. Bijvoorbeeld: “een grote boodschap doen” in plaats van poepen. Bij ironie zeg je vaak juist precies het tegenovergestelde van wat je bedoelt. Bijvoorbeeld: de computer crasht op een zeer ongewenst moment en iemand roept wanhopig uit, “Oh, dit is precies wat we nu nodig hadden!”

Maar, dat gezegd hebbende, eufemisme en ironie kunnen zich wel degelijk bedienen van metaforen. Zie: Janine is een beetje een huismus (metafoor én eufemisme) en Hij danste even sierlijk als een kreupele olifant (metafoor én ironie).

Wat vind jij?