Linkse soep

Sommige mensen zijn linkshandig. Als iemand je inhaalt zoals het hoort, passeert hij je aan de linkerkant. Een mens kan op duizend plaatsen jeuk hebben, maar het linkeroor hoort daar zeker bij. De regels der etiquette zijn niet helemaal eenduidig, maar een ober die aan komt lopen met jouw bord soep, hoort het links van je op te dienen.

Allemaal scènes die uit het leven gegrepen zijn. Op het eerste gezicht zou je niet zeggen dat er met zulke omstandigheden iets sinisters aan de hand is, en toch is dat wel zo.

Griekse goden en orakels

Om te ontdekken wat er sinister aan is, moet je op een zoektocht gaan die je om te beginnen brengt naar het Griekenland van de antieke wereld. Ze hadden daar geen weersatellieten, ziektekostenverzekeringen of lijfrentepolissen, maar wel een bonte verzameling goden die de wereld naar eigen goeddunken bestierden.

Het voorspellen van de toekomst was dan ook een goede business. Dat gebeurde door middel van allerlei tussenpersonen, van wie de orakels een bijzondere plaats innamen. Orakels waren priesters of priesteressen die, met behulp van een stevige vleug goddelijke inspiratie, in de toekomst konden kijken. Ze deden dat bijvoorbeeld door dromen te interpreteren, door tekens te zien of door een persoon in trance te aanschouwen. Er waren nogal wat orakels, en velen daarvan hadden een eigen tempel, zoals het orakel van Zeus bij Dodona en het beroemde orakel van Delphi, gewijd aan de god Apollo.

Inmiddels regeren in de westerse wereld koning Ratio en keizer Wetenschap, en je zult dan ook waarschijnlijk wat vraagtekens plaatsen bij de nauwkeurigheid waarmee de Griekse zieners hun voorspellingen konden doen. Misschien hadden de orakels zelf ook zo hun twijfels, want ze deden hun voorspellingen vaak in de vorm van gedichten of poëtische spreuken die de ontvanger zelf weer moest interpreteren en ontcijferen.

Linke soep

Toch waren de meeste orakels het over een ding wel eens, namelijk dat voortekenen (omina) die zich openbaarden aan de linkerzijde van de ziener slecht nieuws waren.

De rechterkant, ja, daar moet je zijn voor goed strandweer in het weekend, een robuuste gezondheid en stabiele rendementen op je beleggingen die geen garantie bieden voor de toekomst.

Links, daar vind je alleen te vroege nachtvorst waardoor de oogst mislukt, die ene aandoening die nou net niet gedekt wordt door jouw polis en veranderende belastingstelsels die alles in de war schoppen.

Volgende halte: Rome

De antieke Romeinen hadden veel van hun cultuurgoed overgenomen van de Grieken. De Romeinse architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst zijn gebaseerd op het Griekse model, net als de goden in het pantheon van Rome.

Op dezelfde manier hebben de Romeinen van hun Griekse voorlopers de overtuiging overgenomen dat links slecht was. Het Latijn kent dan ook naast het woord sinister, dat “links” of “ter linker zijde” betekent, tevens het woord sinistrum, en dat betekent “boosaardig” of “onheilspellend”.

Het Nederlands heeft, net als het Engels, alleen de tweede betekenis van deze term in gebruik. Onder artsen, die de menselijke anatomie in het Latijn moeten kennen, kun je nog wél eens het woord sinistra horen vallen in een verwijzing naar een linkerstukje van je lijf. (Ter vergelijking: het moderne Italiaanse woord voor links is nog steeds sinistro.)

Sinister op zijn Hollands

Maar de negatieve lading van de linkerkant is ook in het Nederlands wel degelijk te vinden, zonder uit te hoeven wijken naar woorden die uit het Latijn stammen.

Denk maar aan een uitdrukking als iemand links laten liggen. En iemand die heel klunzig is, heeft twee linkerhanden.

Ook het woord link, in de zin van “riskant” en “gevaarlijk” – geen fijne eigenschappen – is afgeleid van links. En zo zie je dat er toch écht iets sinisters is aan een ober die het voorgerecht links van je serveert.

Linke soep!

Wat vind jij?