Goochelen

Gisteren stond op de voorpagina van het NRC het bericht dat “Even googlen kost evenveel energie als kop thee”. Dat is een belangwekkend feit en natuurlijk machtig interessant: ik weet nu dat, als ik een kop thee zou drinken in plaats van elke Google-zoekopdracht die ik uitvoer, ik een blaas zou moeten hebben zo groot als de Vinkeveense plassen.

Maar waar mijn aandacht veel meer naartoe trok was dat ene woordje, googlen. Ergens klopte dat niet, voor mijn gevoel. Met een Angelsaksische taalpet op zou ik eerder zeggen: dat moet Googlen zijn, met hoofdletter. Google is immers een merknaam. Maar Hollanders hebben het niet zo op hoofdletters (vandaar ook apk en freudiaans en mediterraan), dus die kleine g neem ik voor lief. Dan rest nog de vraag: waarom googlen en niet googelen?

Vraag het aan het Groene Boekje, en je leest: het moet googelen zijn, met die extra e. Maar er pruttelt nog steeds een spellingsoorlogje in het Nederlands, en het Witte Boekje staat ook googlen toe. De NRC zit in het kamp dat zich openlijk achter de Witte Speling heeft geschaard, dus misschien is deze voorpaginakop gewoon een kleine sneer naar de Taalunie.

Goochelen met Google
Goochelen met Google

Toch zou het me niet verbazen als de versie met ingevoegde e de langste adem blijkt te hebben. Niet omdat hij beter of slechter is dan googlen, maar omdat er precedenten zijn die die e stevig in het zadel houden. Ik noem een paar voorbeelden van andere Engelse woorden die eindigen op -le en die tot Nederlandse werkwoorden zijn omgevormd.

To scrabble betekent krabbelen en grabbelen, maar is beter bekend van het gelijknamige woordspelletje. Als je dat in Nederland speelt, ben je aan het scrabbelen, niet “scrabblen” (óók volgens de Witte Spelling). Van het Engelse puzzle hebben wij puzzelen gemaakt, niet “puzzlen” (óók volgens het Witte Boekje). En het Engelse to tackle is vernederlandst als tackelen, niet “tacklen” (óók volgens – nou ja, je snapt het wel).

Hoe dan ook, ik stop nog wat energie in een lekker kopje thee, en wacht rustig af of googlen en googelen samen verder gaan in vreedzame co-existentie (Wit zou spellen: coëxistentie), of dat een van de twee toch de de facto standaard wordt.

Intussen verblijd ik me er maar over dat het nog steeds zo leuk blijft om met taal te, eh… goochlen.

2 gedachten over “Goochelen”

Wat vind jij?