Help, mijn zus is een heks

De aarde is maar een onbenullig uithoekje van het universum. Toch valt er veel moois te vinden, van vulkanische rotsvlakten tot woestijnen, van nevelige moerassen tot bergtaferelen. Wie een beetje opgelet heeft bij aardrijkskunde, ziet bij verschillende plaatsen op onze kleine blauwe planeet al snel het bijbehorende landschap voor zich.

Tibet? Je denk direct aan besneeuwde bergkammen. Brazilië? Tropisch regenwoud, al wordt dat helaas steeds minder. Engeland? Een uitgestrekte woestijn met her en der wat struiken die wiegen in de wind. Ehmmm… Goed, ik geef het toe: het is misschien niet de meest voor de hand liggende associatie. En toch klopt ze als een bus.

I say, old chap… is this England?

Luchtspiegeling

Denk nog eens goed aan die woestijn. Overal zand. Eindeloze droge glooiingen met een fel brandende zon erboven. Er is zelfs geen piramide te bekennen die voor wat afwisseling zou kunnen zorgen. Als je daar maar lang genoeg in rondloopt, krijg je vanzelf flinke dorst. En als je het dan nog een tijdje volhoudt, verga je van de dorst.

Groot is dan ook je opluchting als je een oase ziet, palmbomen en al, even verderop. Je kruipt met de kracht der wanhoop over die laatste zandheuvel, en ziet dan… niks. Noppes. Zand, zand en nog eens zand. Het was een luchtspiegeling!

Kuifje en Kapitein Haddock

Waar denk je dan aan, als je eenmaal uitgefoeterd bent? Aan thuis, misschien. Of aan een koud pilsje, kan ook. Maar je zou ook kunnen denken aan de Engelse Koning Arthur, of eigenlijk aan zijn zuster.

Zuslief

Die zus is namelijk een interessante figuur, die niet alleen in de Arthur-verhalen voorkomt, maar in vele Keltische sagen en legenden. En haar beroep mag er ook wezen. Ze was geen accountmanager of projectleider of directiesecretaresse of zoiets vaags, nee, ze was tovenares, een leerling van Merlijn zelfs.

‘Morgan le Fay’ door Frederick Sandys (1864)

Volgens sommige bronnen is ze zelfs de Keltische doodsgodin. Ze werd ook vaak als fee gezien (onthoud dat even). En ze mag dan Arthurs zuster of halfzuster geweest zijn, maar ze had een gruwelijke hekel aan zijn vrouw, Guinevere – en ze heeft ook Arthur zelf het leven behoorlijk zuur gemaakt. Die goede Arthur was namelijk druk bezig om met zijn Ridders van de Ronde Tafel een nobele orde en een koninkrijk te vestigen, maar zuslief stuurde de ene naar de andere beproeving op hen af.

Dat kon ze ook makkelijk, want als heks of godin draai je daar je hand niet voor om. Bovendien kon ze naar believen van gedaante wisselen, wat ook wel zo handig is. Ze wordt vaak omschreven als het hoofd van de zusterorde die heerste over “the Fortunate Isle”, of “Avalon”, het eiland waar zich het hiernamaals bevindt. Toen Arthur in de slag bij Camlan dodelijk verwond werd, kwam ze hem halen om hem op een boot mee te nemen naar Avalon. Kortom, van je zus moet je het hebben.

‘Voyage of King Arthur and Morgan le Fay to the Isle of Avalon’ door Frank William Warwick (1888)

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Maar het is haar vermogen om van gedaante te veranderen waar het hier om gaat. Met zo iemand in de buurt weet je immers nooit of datgene wat je voor je ziet wel echt is.

De tovenares waar het hier om draait wordt met verschillende namen aangeduid. Sommigen noemen haar Morrighan, anderen Mara. De meest gebruikte naam in de Arthur-sagen is echter Morgan. Omdat Morgan soms voor fee gehouden werd (bedankt voor het onthouden), heet ze in veel legendes “Morgan le Fay” – fay is een oud Engels woord voor fairy. En de Latijnse vertaling van Morgan le Fay is… fata morgana.

Poef! Als bij toverslag ben je daarmee weer terug in de woestijn, met die luchtspiegeling waar je net op hebt staan schelden. Want een fata morgana is niets anders dan een verschijning van de fee Morgana: iets wat niet is zoals het lijkt.

Wat vind jij?