Ta-tuu ta-tuu

Bij het woord sirene denkt bijna iedereen eerst aan een langsrazende ambulance, politieauto of brandweerwagen. Maar de etymologie van het woord is te mooi om aan voorbij te gaan, en voert terug op de Griekse mythologie.

Sirenen, om de cliffhanger uit het vorige taalverhaal maar eens op te pakken, zijn geen zeemeerminnen. Enige uitleg is hier op zijn plaats.

Sirene
Sirene

Een zeemeermin, zo is je waarschijnlijk geleerd, heeft het bovenlichaam van een mens en het onderlichaam van een vis. Zo staan ze ook te boek, maar klopt dat wel? In afbeeldingen is de staart van een zeemeermin vaak plat, horizontaal. En vissen hebben een verticale, rechtopstaande staart. Het zijn juist de zeezoogdieren, zoals walvissen, dolfijnen en orka’s, die platte staarten hebben. Als je de iconografie mag geloven, zijn zeemeerminnen dus half mens, half zeezoogdier. Maar ze hebben vaak wel weer schubben, en zoogdieren hebben geen schubben; vissen wel. Een onduidelijk gevalletje.

Zeemeerminnen zongen vaak bekoorlijk naar voorbijvarende zeelieden, die dan schipbreuk leden of overboord sprongen, een gewisse dood tegemoet gaand. Hun collega’s de sirenen hadden daar ook een handje van, maar daarmee houdt de gelijkenis dan ook op.

Lees verder Ta-tuu ta-tuu

Doeg

Ik kan me niet meer heugen wanneer ik voor het laatst een brief zag die afgesloten werd met Hoogachtend… Nou kan dat natuurlijk zijn omdat niemand mij nog hoogacht, maar ik denk toch dat er iets anders aan de hand is.

We zijn in de afgelopen decennia steeds informeler met elkaar gaan omgaan. Kledingcodes zijn versoepeld – wie draagt er nog, zoals mijn grootvader, ook in zijn vrije tijd een driedelig pak? Aanspreekvormen zijn genivelleerd – niet veel kinderen van de huidige basisschoolgeneratie zeggen nog u tegen hun opa en oma, en niet veel van hun ouders zeggen nog u tegen hun baas. De MBB (“minimale beleefde begroeting”, een eigen verzinsel van mij) is van al zijn ceremonieel ontdaan – iedereen kust en knuffelt elkaar: van links tot oud, van hoog tot rechts, van jong tot laag. En de lange brieven en gesprekken van weleer zijn grotendeels vervangen door korte maar vaak niet eens zo krachtige e-mails, msn-chats, sms’jes, iCards en gsm-babbels.

Dat dus
Dat dus

Lees verder Doeg

Klerekleren

Stel je voor: je bent in Miami, zoals ik twee weken geleden. Je staat in een chique department store te apegapen naar alle modieuze kledij die daar te koop is. En dan, bij de dameskleding, moet je ineens aan wc-papier denken…

Het menselijk brein is een wonderlijk ding. Want ik moest helemaal niet zelf naar de restroom, en toiletpapier stond ook niet op mijn boodschappenlijstje. Nee, ik moest eraan denken dat ik ooit gelezen had over een Scandinavische producent die op de Britse markt een nieuw merk wc-papier wilde lanceren. Daar is niks mis mee, natuurlijk, maar als je dan kiest voor de productnaam “Krap” – tja, dan sla je de bips, pardon: plank toch wel mis.

Dat is zo ongeveer alsof IKEA, dat de wonderlijkste productnamen hanteert, in Nederland een wc-borstel zou verkopen die “Strönt” heette. Zie dan je giechelspieren maar in bedwang te houden.

Lees verder Klerekleren

Ambassawattes?

Inflatie is een bekend – en gevreesd – economisch fenomeen waarbij geld minder waard wordt naarmate de tijd verstrijkt. Een daarvan afgeleide term, op het gebied van taal, is betekenisinflatie. Als een woord lijdt aan betekenisinflatie, wordt het steeds vaker te pas en te onpas gebruikt, waardoor de oorspronkelijke, kernachtige betekenis aan kracht verliest.

Een van mijn favoriete, betreurde slachtoffers van betekenisontwaarding is uniek. Dat betekent voor veel mensen al lang niet meer “enig in zijn soort”, en wordt nu meestal gebruikt als synoniem voor bijzonder en speciaal. Met het EK in volle gang zie je nu her en der leuke, knaloranje, en in massale hoeveelheden geproduceerde “unieke T-shirts”. Ja, ja.

"Unieke opdruk"... écht?
“Unieke opdruk”… écht?

Een ander woord dat danig verwaterd is, is ambassadeur. Toen de wereld nog jong en fris was, was een ambassadeur een man of vrouw van enige betekenis, een gevolmachtigd gezant, een diplomatiek zaakgelastigde. Maar vandaag de dag is elke bekende Nederlander die ook maar een béétje impresario heeft ook “ambassadeur”.

Lees verder Ambassawattes?

Joker

De afgelopen weken was het weer eens zover: in mijn supermarkt kon je Jokers plakken om jezelf te verwennen met extra korting. En het filiaal waar ik mijn boodschappen doe is helemaal fijn, want daar kun je doen aan “zelfscannen”, en dan hoef je niet meer lang in de rij te staan voor de kassa.

Maar de wereld is geen aards paradijs, want je kunt natuurlijk niet én Jokeren én zelfscannen tegelijk. Om de nietsvermoedende klant hierop attent te maken, had ’s lands jokerigste kruidenier een berichtje opgehangen bij de zelfscanapparaten. (Zie de foto of de tekst aan het eind van dit taalverhaal.)

Nu hou ik er niet van om schoolmeesterachtig de rode pen te hanteren als een terechtwijzend vingertje. Iedereen maakt wel eens een fout. Maar dit zelfscan-joker-papiertje heb ik toch even aandachtig bekeken.

Lees verder Joker

Verstoppertje

Nou kijk, ik gebruik dus echt nooit stopwoordjes. Want het is dus zo, dat die echt helemaal overbodig zijn, weet je? Ik bedoel, je hebt van die mensen, weet je wel, die eigenlijk echt om de haverklap van die woordjes gebruiken, je weet wel, van die woordjes die niks toevoegen aan wat je zegt. Dus.

Afijn, je begrijpt denk ik wel wat ik dus bedoel. Ja? Ik bedoel, ik had het er gister nog met mijn zwager over, gewoon bij de lunch, en toen zei ik, ik zeg, oké, ik zeg weet je, die stopwoordjes hè, dat klopt eigenlijk voor geen meter. Die naam dus. Stop-woordjes. Ja?

STOP!!
STOP!!

Lees verder Verstoppertje

Wijnglas

Het rumoer rond de laatste twee, ingrijpende, herzieningen van de spelling van het Nederlands – in 1995 en 2005 – is inmiddels wel een beetje gaan liggen. Het doet niet echt pijn meer dat een pannenkoek een pannenkoek is en dat een kattebelletje en een kattenbelletje twee verschillende dingen zijn.

Een kattenbelletje
Een kattenbelletje

Er valt intussen nog best wat af te dingen op hoe “ingeburgerd” de nieuwe spellingsregels zijn, maar dat is iets voor een ander stukje. Hier gaat het over het feit dat veel meer termen dan vroeger nu aaneengeschreven worden, zonder streepjes of spaties. En dan wil ik specifiek kijken naar combinaties van een bijvoeglijk naamwoord of telwoord + zelfstandig naamwoord + zelfstandig naamwoord. Die schrijf je namelijk aan elkaar, als één woord.

Ik heb daar even aan moeten wennen. Een term als het Engelse long-term planning vind ik elegant en overzichtelijk: je ziet mooi hoe de drie componenten zich tot elkaar verhouden. Deel één zegt iets over deel twee, en die zijn met een streepje verbonden. Samen zeggen ze weer iets over deel drie, en daar staat een spatie tussen.

Ook in het Nederlands zou je “lange-termijn planning” kunnen schrijven, maar het is toch echt langetermijnplanning – één woord. Hetzelfde geldt voor eenpersoonsbed, tweetaktmotor en driegangendiner. Dat zijn woorden die vrij gangbaar zijn en door veel lezers probleemloos verorberd zullen worden. Maar geldt dat ook voor iets minder vaak gelezen termen als korteafstandsvlucht, hogeresolutiebeelden en rodewijnglas?

Lees verder Wijnglas

Walnotenpesto

Begrijp me goed. Ik ben goede vriendjes met Albert Heijn. Ik doe er elke week trouw mijn boodschappen en ik vind het een fijne winkel. En ik ben ook goede vriendjes met de AllerHande, het lijfblad van ’s lands grootste kruidenier.

Boerenkost
Boerenkost

Niets ten nadele van de globalisering, want die hou je toch niet tegen, maar… ik dicht de AllerHande toch een belangrijke rol toe in de culinaire emancipatie van het Nederlandse volk. Het is nog niet eens zó lang geleden dat voor de gemiddelde Hollandse huisvrouw een paprika een nogal exotische groente was, en dat ze nog nooit gehoord had van couscous of guacamole.

Albert Heijn heeft, met groot geduld en met de AllerHande als strijdzwaard, het poldervolk opgevoed om meer te eten dan alleen stamppot en erwtensoep. (Daar is overigens niets nobels aan: de Koninklijke Ahold N.V. wilde ons alleen maar meer verschillende producten kunnen verkopen, om zo meer winst te maken.)

Lees verder Walnotenpesto