Ambassawattes?

Inflatie is een bekend – en gevreesd – economisch fenomeen waarbij geld minder waard wordt naarmate de tijd verstrijkt. Een daarvan afgeleide term, op het gebied van taal, is betekenisinflatie. Als een woord lijdt aan betekenisinflatie, wordt het steeds vaker te pas en te onpas gebruikt, waardoor de oorspronkelijke, kernachtige betekenis aan kracht verliest.

Een van mijn favoriete, betreurde slachtoffers van betekenisontwaarding is uniek. Dat betekent voor veel mensen al lang niet meer “enig in zijn soort”, en wordt nu meestal gebruikt als synoniem voor bijzonder en speciaal. Met het EK in volle gang zie je nu her en der leuke, knaloranje, en in massale hoeveelheden geproduceerde “unieke T-shirts”. Ja, ja.

"Unieke opdruk"... écht?
“Unieke opdruk”… écht?

Een ander woord dat danig verwaterd is, is ambassadeur. Toen de wereld nog jong en fris was, was een ambassadeur een man of vrouw van enige betekenis, een gevolmachtigd gezant, een diplomatiek zaakgelastigde. Maar vandaag de dag is elke bekende Nederlander die ook maar een béétje impresario heeft ook “ambassadeur”.

Lees verder Ambassawattes?

Joker

De afgelopen weken was het weer eens zover: in mijn supermarkt kon je Jokers plakken om jezelf te verwennen met extra korting. En het filiaal waar ik mijn boodschappen doe is helemaal fijn, want daar kun je doen aan “zelfscannen”, en dan hoef je niet meer lang in de rij te staan voor de kassa.

Maar de wereld is geen aards paradijs, want je kunt natuurlijk niet én Jokeren én zelfscannen tegelijk. Om de nietsvermoedende klant hierop attent te maken, had ’s lands jokerigste kruidenier een berichtje opgehangen bij de zelfscanapparaten. (Zie de foto of de tekst aan het eind van dit taalverhaal.)

Nu hou ik er niet van om schoolmeesterachtig de rode pen te hanteren als een terechtwijzend vingertje. Iedereen maakt wel eens een fout. Maar dit zelfscan-joker-papiertje heb ik toch even aandachtig bekeken.

Lees verder Joker

Verstoppertje

Nou kijk, ik gebruik dus echt nooit stopwoordjes. Want het is dus zo, dat die echt helemaal overbodig zijn, weet je? Ik bedoel, je hebt van die mensen, weet je wel, die eigenlijk echt om de haverklap van die woordjes gebruiken, je weet wel, van die woordjes die niks toevoegen aan wat je zegt. Dus.

Afijn, je begrijpt denk ik wel wat ik dus bedoel. Ja? Ik bedoel, ik had het er gister nog met mijn zwager over, gewoon bij de lunch, en toen zei ik, ik zeg, oké, ik zeg weet je, die stopwoordjes hè, dat klopt eigenlijk voor geen meter. Die naam dus. Stop-woordjes. Ja?

STOP!!
STOP!!

Lees verder Verstoppertje

Wijnglas

Het rumoer rond de laatste twee, ingrijpende, herzieningen van de spelling van het Nederlands – in 1995 en 2005 – is inmiddels wel een beetje gaan liggen. Het doet niet echt pijn meer dat een pannenkoek een pannenkoek is en dat een kattebelletje en een kattenbelletje twee verschillende dingen zijn.

Een kattenbelletje
Een kattenbelletje

Er valt intussen nog best wat af te dingen op hoe “ingeburgerd” de nieuwe spellingsregels zijn, maar dat is iets voor een ander stukje. Hier gaat het over het feit dat veel meer termen dan vroeger nu aaneengeschreven worden, zonder streepjes of spaties. En dan wil ik specifiek kijken naar combinaties van een bijvoeglijk naamwoord of telwoord + zelfstandig naamwoord + zelfstandig naamwoord. Die schrijf je namelijk aan elkaar, als één woord.

Ik heb daar even aan moeten wennen. Een term als het Engelse long-term planning vind ik elegant en overzichtelijk: je ziet mooi hoe de drie componenten zich tot elkaar verhouden. Deel één zegt iets over deel twee, en die zijn met een streepje verbonden. Samen zeggen ze weer iets over deel drie, en daar staat een spatie tussen.

Ook in het Nederlands zou je “lange-termijn planning” kunnen schrijven, maar het is toch echt langetermijnplanning – één woord. Hetzelfde geldt voor eenpersoonsbed, tweetaktmotor en driegangendiner. Dat zijn woorden die vrij gangbaar zijn en door veel lezers probleemloos verorberd zullen worden. Maar geldt dat ook voor iets minder vaak gelezen termen als korteafstandsvlucht, hogeresolutiebeelden en rodewijnglas?

Lees verder Wijnglas

Walnotenpesto

Begrijp me goed. Ik ben goede vriendjes met Albert Heijn. Ik doe er elke week trouw mijn boodschappen en ik vind het een fijne winkel. En ik ben ook goede vriendjes met de AllerHande, het lijfblad van ’s lands grootste kruidenier.

Boerenkost
Boerenkost

Niets ten nadele van de globalisering, want die hou je toch niet tegen, maar… ik dicht de AllerHande toch een belangrijke rol toe in de culinaire emancipatie van het Nederlandse volk. Het is nog niet eens zó lang geleden dat voor de gemiddelde Hollandse huisvrouw een paprika een nogal exotische groente was, en dat ze nog nooit gehoord had van couscous of guacamole.

Albert Heijn heeft, met groot geduld en met de AllerHande als strijdzwaard, het poldervolk opgevoed om meer te eten dan alleen stamppot en erwtensoep. (Daar is overigens niets nobels aan: de Koninklijke Ahold N.V. wilde ons alleen maar meer verschillende producten kunnen verkopen, om zo meer winst te maken.)

Lees verder Walnotenpesto

Coco

Er is een god, en hij is barmhartig. Of, zeg ik als rechtgeaarde atheïst, er is op zijn minst een taalgod, en hij heeft gevoel voor humor.

Ik las onlangs een tekst waarin iemand werd aangehaald als zeggende, ik citeer: “Ik zat naar National Geographic Chanel te kijken en dacht: dit is het.” Voor alle zekerheid, nog een keer: National Geographic Chanel [sic].

National Geographic?
National Geographic?

Het is vast een simpele tikfout; ik neem aan dat de schrijver heus wel weet dat je het Engelse woord channel met twee ennen schrijft. Maar dat doet er niet toe, het blijft een prachtig toeval. Want hoe groot is de kans dat als je per ongeluk een letter midden uit een woord wegrukt, er weer een levensvatbaar woord overblijft? En, nog sterker, hoe groot is de kans dat ­dat woord weer in fraaie ironie verbonden is met de context?

Lees verder Coco

Reservebank

Oh jee oh jee, morgen is het weer eens zover: het Groot Dictee der Nederlandse Taal wordt gehouden. Ik vind het vrij wonderlijk, maar veel mensen gaan er klakkeloos van uit dat, één, ik altijd meedoe met het Dictee, en twee, ik dat leuk vind. Omdat ik van taal hou en zo. Welnu, het tegenovergestelde is het geval: ik hou van taal en dus doe ik niet mee met het Dictee.

Het Groot Dictee
Het Groot Dictee

Natuurlijk, ik zie de vermaakwaarde er heus wel van in. Natuurlijk, het is leuk als een schoolkind van 14 minder fouten maakt dan de staatssecretaris van Belangrijke Zaken. Natuurlijk, er zit een masochistisch soort genot in het voelen van die kronkel in je hersens wanneer je denkt: wat is dat nou weer voor bizar woord?

Lees verder Reservebank

Welkom

Ben jij ook een lexofiel (iemand die van woorden houdt)? Honger je naar meer voer voor alfabeten? Dan ben je hier aan de juiste adres!

Taaleidoscoop is een blog over hoe taal verrijkt, verandert en verrast. Je vindt er alles wat je al dacht te weten over taal, en dan nog wat.

Wat is ook alweer een pleonasme? Waar ligt Verweggistan? En wat heeft narcisme te maken met die mooie gele bloem?

Dit zijn maar een paar voorbeelden van de vele taalvragen en -weetjes die hier aan de orde komen. Je kunt Taaleidoscoop ook volgen via Facebook, dan blijf je altijd up-to-date.

Laat van je horen!

Heb je zelf een taalvraag, of is je iets bijzonders opgevallen in de Nederlandse of Engelse taal? Stuur ons een berichtje, we horen graag van je!

En vergeet niet om ook even te kijken in de Kweekvijver, waar Taaleidoscoop woorden verzint en verzamelt die eigenlijk al hadden moeten bestaan.

In een notendop: het leven is leuker als je het bekijkt door een Taaleidoscoop.