Afkeer vs. afkeur

Ook al sta je positief in het leven, er zijn altijd dingen waar je een slecht gevoel bij hebt. Je kunt daar zelfs een afkeer van hebben, of je keurt ze af. Of allebei.

Waar hebben we het over?

Sommige woorden lijken erg op elkaar en hebben ook nog eens dezelfde gevoelswaarde (in dit geval: negatief). Toch kunnen ze heel andere dingen betekenen.

Betekenis en gebruik

  • Een afkeer heb je als iets je vervult met weerzin, als je ergens echt niet tegen kunt.
  • Je afkeur is het tegenovergestelde van je voorkeur; het is dus iets wat je afkeurt of waar je een hekel aan hebt.

Voorbeelden

  • Marije heeft een afkeer van tomatensaus.
  • Wil je dat ik mijn voor- en afkeuren op een rijtje zet?

Even opletten

Het woord afkeer is ook nog de ik-vorm van het werkwoord afkeren (afwenden).

Je zult het woord afkeur vaker tegenkomen als vervoeging (ik-vorm) van het werkwoord afkeuren dan als zelfstandig naamwoord.

  • Het helpt niet als ik mijn ogen afkeer bij een horrorfilm; van het geluid alleen al krijg ik de kriebels.
  • Het kan Timo niets schelen of ik zijn keuzes afkeur.

Weetje

Er zijn veel meer woorden met een negatieve connotatie die beginnen met af-. Denk maar aan afbeulen, afkappen, afbraak, afval, afknappen en afpersen.

Wat vind jij?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.