50% is vs. 50% are

In het Nederlands is de regel heel simpel: percentages behandel je grammaticaal als een enkelvoud. Je zegt bijvoorbeeld: “50% van de gasten kwam te laat” (en niet “kwamen te laat”).

In het Engels zijn de regels net even anders. Daar kunnen percentages ook als enkelvoud gelden – maar niet altijd! Hoe zit dat?

Waar hebben we het over?

Bij talen die een verwante herkomst hebben, zoals het Nederlands en het Engels, komen veel regels min of meer overeen. Maar dat geldt lang niet altijd, en je moet dus opletten voor instinkers.

Betekenis en gebruik

  • Je gebruikt 50% is als het woord waar je een percentage van geeft zélf een enkelvoud is.
  • Je gebruikt 50% are als het woord waar je een percentage van geeft zélf een meervoud is.

In het Engels is het dus niet het woord percentage of percent (of het %-teken) dat bepaalt of je voor meervoud of enkelvoud kiest. Waar je op moet letten is het woord waarop dat percentage slaat.

Voorbeelden

  • So far, only 5% of the universe has been observed by man.
  • 5 percent of the Dutch population is 65 or older.
  • 41% of men say they’ve never heard of #metoo.
  • Almost 53 percent of dogs are overweight.

Je ziet dat in deze zinnen de keuze tussen enkelvoud of meervoud niet afhangt van het percentage zelf, maar van de woorden universe en population (enkelvoud) en men en dogs (meervoud).

Even opletten

Je kunt ook zinnen tegenkomen waarin het woord percentage zelf het onderwerp van de zin is, en dus niet in een “X percent of” constructie staat. In zo’n geval kies je altijd voor enkelvoud.

  • The percentage of kids who own a smartphone has risen considerably.

Weetje

Er zijn ook gevallen waarbij je een woord zowel als enkelvoud als als meervoud kunt gebruiken. Daar zie je het verschil misschien nog wel het duidelijkst:

  • 10% of the company’s profit was donated to charity.
  • 10% of the company’s profits were donated to charity.

 

Wat vind jij?